De Laatste Hap Cast
Kapitein Roderick Kraaioog
Kapitein Roderick Kraaioog is al meer dan dertig jaar op zee en heeft in die tijd een reputatie opgebouwd waar in havens fluisterend over wordt gesproken. Hij voert het bevel over De Bloedmaan, een oud maar gevreesd piratenschip. Roderick is een brede, verweerde man met een ruige grijze baard, een litteken over zijn wang en één donker oog dat mensen het gevoel geeft dat hij dwars door hen heen kijkt. Zijn andere oog verloor hij jaren geleden tijdens een gevecht op zee.
Hij is geen kapitein die veel schreeuwt zonder reden. Roderick observeert, wacht en slaat pas toe wanneer hij zeker weet dat het hem voordeel oplevert. Naar buitenstaanders kan hij bijna hartelijk lijken, maar die vriendelijkheid is zelden oprecht. Hij gebruikt warmte, drank en vertrouwen als gereedschap. Zijn bemanning vreest hem, maar respecteert hem ook, omdat hij slim genoeg is om hen meestal levend uit gevaarlijke situaties te houden.
Zijn grootste zwakte is hebzucht. Roderick haat verspilde tijd en gemiste kansen. Wanneer hij denkt dat een schat binnen bereik is, wordt hij roekeloos koud. De dood van Bertrand raakt hem niet uit medelijden, maar omdat de man misschien net de sleutel tot zijn grootste buit meenam in het graf.
Bertrand
Bertrand is een zwervende schatzoeker, oplichter en overlever die zich al jaren van haven naar haven beweegt. Niemand weet precies waar hij vandaan komt, en dat lijkt hij zelf graag zo te houden. Hij is rond de achtendertig, mager en scherp gebouwd, met een smal gezicht, donkere ogen en haar dat meestal slordig langs zijn slapen valt. Zijn kleren zijn vaak versleten, maar zijn houding verraadt iemand die gewend is om zich uit moeilijke situaties te praten.
Bertrand leeft van halve waarheden. Hij kent genoeg zeemansverhalen, oude routes en verloren legendes om geloofwaardig te klinken, maar verdraait feiten zodra dat hem uitkomt. Hij is charmant wanneer hij iets nodig heeft, spottend zodra hij denkt dat hij veilig is, en gevaarlijk zelfverzekerd in het gezelschap van mensen die hem onderschatten.
Toch is hij niet zomaar een gewone bedrieger. Achter zijn leugens schuilt echte kennis. Hij weet blijkbaar iets over de Verzonken Kroon, misschien uit een oude kaart, een stervende zeeman of een eerdere mislukte expeditie. Zijn tragiek is dat hij te lang speelt met de hebzucht van anderen. Op het moment dat hij eindelijk een waardevolle waarheid prijsgeeft, is het vergif al voor hem bestemd.
Mels Ketelhaak
Mels Ketelhaak is de scheepskok van De Bloedmaan, maar wie hem alleen als kok ziet, maakt een gevaarlijke vergissing. Hij is een forse man van zevenenveertig met dikke armen, brede handen en een gezicht dat zelden iets verraadt. Zijn hoofd is kalend, zijn kaak zwaar, en zijn kleding ruikt bijna altijd naar rook, pek, vis en stoofpot. In de kombuis beweegt hij met rustige zekerheid, alsof messen, vuur en kokend water verlengstukken van hem zijn.
Mels praat weinig. Aan boord wordt dat soms voor domheid aangezien door nieuwkomers, maar de vaste bemanning weet beter. Hij luistert scherp, onthoudt details en herkent leugens vaak sneller dan mannen die harder roepen. Hij heeft een droog, praktisch verstand en denkt in oplossingen, ook wanneer die oplossingen wreed zijn.
Zijn loyaliteit ligt bij het schip en de bemanning, niet bij vreemdelingen. Als hij denkt dat Bertrand iedereen misleidt, is hij bereid hem uit de weg te ruimen. Toch is Mels geen man zonder geweten. Wanneer blijkt dat Bertrand mogelijk echt iets wist, slaat de twijfel zichtbaar toe. Zijn stilte na de dood van de vreemdeling zegt meer dan een bekentenis ooit zou kunnen.
Joost Splijttouw
Joost Splijttouw is touwmeester op De Bloedmaan en kent elk zeil, elke knoop en elke lijn van het schip alsof het zijn eigen lichaam is. Hij is begin veertig, pezig en zongebruind, met sterke handen vol littekens en eelt. Zijn korte rossige baard en scherpe ogen geven hem een strenge uitstraling. Aan zijn riem hangt altijd een mes, niet om indruk te maken, maar omdat touw op zee soms sneller moet worden doorgesneden dan er gedacht kan worden.
Joost is nuchter, koppig en bijna onmogelijk te misleiden met mooie woorden. Hij vertrouwt op dingen die hij kan voelen, zien of testen. Havennamen, windrichtingen, sterrenbeelden en zeeroutes zitten diep in zijn geheugen. Daarom vallen Bertrands fouten hem meteen op. Voor Joost klinkt de vreemdeling als iemand die zeemanskennis uit tweede hand heeft opgepikt.
Hij is niet wreed om de wreedheid, maar hij heeft weinig geduld met bedrog. Wanneer hij de kapitein waarschuwt, doet hij dat uit plichtsgevoel tegenover het schip. Toch wordt ook hij overvallen door twijfel wanneer Bertrand de Kliffen van Sint-Elmo noemt. Joost beseft op dat moment dat niet elke leugenaar alleen maar liegt.
Fien Zoutmes
Fien Zoutmes is een van de jongere piraten aan boord van De Bloedmaan, maar niemand beschouwt haar als onervaren. Ze is negenentwintig, klein, lenig en snel, met kort donker haar en felle ogen die voortdurend details opnemen. Ze beweegt stil over het schip, vaak onopgemerkt, en hoort daardoor meer dan de meeste bemanningsleden vermoeden. Aan haar zij draagt ze een smal mes waaraan ze haar bijnaam te danken heeft.
Fien is geduldig en scherpzinnig. Ze trekt niet meteen conclusies, maar wacht tot woorden, blikken en kleine vergissingen een patroon vormen. Waar Joost let op feiten en Mels op toon, let Fien op gedrag. Ze merkt wanneer iemand anders spreekt dan hij zich voelt. Daarom vertrouwt ze Bertrand al snel niet, ook al kan ze eerst nog niet bewijzen waarom.
Wanneer ze hem hoort spotten met de piraten, handelt ze zonder aarzeling. Ze haalt Joost en Mels erbij en brengt de zaak naar de kapitein. Toch blijft ze menselijker dan sommigen aan boord. Tijdens het avondeten is zij degene die als eerste roept dat Bertrand niet moet eten. Haar waarschuwing komt te laat, maar bewijst dat ze niet geniet van wat er gebeurt.
De uitkijk
De uitkijk van De Bloedmaan is een jonge piraat van vierentwintig die nog niet zo lang vaart als de oudere rotten aan boord. Hij is mager, taai en zonverbrand, met warrig blond haar en ogen die gewend zijn om urenlang over water en horizon te speuren. Vaak zit hij hoog in de mast met een doek om zijn hoofd tegen de zon en zoutkorst op zijn jas.
Zijn werk lijkt eenvoudig, maar aan boord weet iedereen dat een goede uitkijk levens kan redden. Hij moet stormen, zeilen, riffen, wrakhout en vijandelijke schepen eerder zien dan iemand anders. Hij is nerveuzer dan hij wil toegeven, maar zijn oplettendheid maakt hem waardevol. Hij praat niet veel mee over beslissingen van de kapitein, maar zijn stem kan het hele schip in beweging brengen.
Wanneer hij Bertrand in het water ziet, verandert zijn kreet de loop van de reis. Voor hem is het op dat moment gewoon een drenkeling die gered moet worden. Later zal hij zich misschien afvragen of hij een man heeft gered of een vloek aan boord heeft gehaald. Toch deed hij precies wat een uitkijk hoort te doen: kijken, herkennen en waarschuwen.
De bemanning van De Bloedmaan
De bemanning van De Bloedmaan bestaat uit ruige mannen en vrouwen die al te lang op zee leven om nog veel illusies te hebben. Hun leeftijden lopen uiteen van jonge dekwerkers van rond de twintig tot oude zeeratten van boven de zestig. Ze dragen verweerde kleding, messen aan hun riem, littekens op hun huid en zout in hun haren. Sommigen waren ooit vissers, smokkelaars of soldaten; anderen kennen geen ander leven dan piraterij.
Ze werken hard, slapen licht en vertrouwen buitenstaanders zelden. Toch zijn ze gevoelig voor hetzelfde gif als hun kapitein: verhalen over goud. De belofte van een verloren schat maakt hen stiller, scherper en gevaarlijker. Ze zien hoe Bertrand wordt verwend terwijl zij het schip draaiende houden, en dat wekt jaloezie en wantrouwen.
Als groep vormen ze het kloppende hart van het schip. Ze hijsen de zeilen, bewaken het dek, koken, herstellen, vechten en fluisteren. Hun reacties tonen hoe snel hoop kan omslaan in angst. Wanneer Bertrand sterft, vieren ze niet. De stilte in de eetruimte laat zien dat zelfs piraten begrijpen wanneer een kans voorgoed verloren is gegaan.