Hoofdstuk 1 — De man die al dood was
Op 16 november 1965 werd majoor Henry Hale officieel begraven op Arlington National Cemetery.
De kist was gesloten. Volgens het rapport was zijn experimentele straaljager tijdens een testvlucht boven de Stille Oceaan uit elkaar gebroken. Er waren wrakstukken gevonden, maar geen lichaam.
In werkelijkheid bevatte de kist twee zakken zand en een stuk verwrongen aluminium.
Henrys vrouw Margaret stond in de regen terwijl een generaal haar een gevouwen vlag overhandigde. Ze huilde niet zolang de officieren naar haar keken. Pas nadat de laatste saluutschoten waren weggestorven, legde ze haar hand op de kist.
Die avond zag Henry de begrafenis op een film zonder geluid.
Hij zat in een afgesloten vertrek in een militair deel van Cape Canaveral. Achter hem bromde de luchtverversing. Voor hem flakkerden korrelige beelden over een wit scherm: Margaret, de vlag, de regen en de kist die langzaam in de grond verdween.
Kolonel Nathan Weiss stond bij de deur.
“Het spijt me,” zei hij.
Henry bleef naar het scherm kijken. “Hebt u haar verteld dat ik onmiddellijk dood was?”
“Dat leek ons het minst wreed.”
“Het minst wreed?”
“Ze zal niet op u blijven wachten.”
Henry zette de projector uit. “Dat was niet uw beslissing.”
Weiss antwoordde niet.
Buiten stond de raket waarmee Henry naar de maan zou vertrekken.
De luchtmacht had de lancering aangekondigd als een onbemande proefvlucht met een militaire communicatiesatelliet. De raket zelf kon niet worden verborgen. Een Titan IIIC was bijna vijftig meter hoog en de vuurgloed zou tot tientallen kilometers ver te zien zijn.
Wat er onder de neuskegel zat, bleef geheim.
De Selene I was een eenpersoonsvaartuig dat uit drie delen bestond: een kleine terugkeercapsule, een opstijgtrap en een landingsplatform. Twee eerdere raketten hadden onder het mom van militaire proeven extra brandstof- en aandrijvingsmodules in een baan om de aarde gebracht. Henry moest ermee koppelen voordat hij naar de maan vertrok.
Het plan was haastig, riskant en vrijwel zonder reserveonderdelen opgesteld. De openbare Apollomissies waren ontworpen om drie mannen met redelijke overlevingskansen naar de maan te brengen. Project Selene stuurde één man en accepteerde dat hij waarschijnlijk niet zou terugkeren.
“Weersverwachting is gunstig,” zei Weiss. “U vertrekt om 02.14 uur.”
Henry keek opnieuw naar het donkere scherm.
“Probeer nog wat te slapen,” voegde Weiss eraan toe.
“Slapen jullie goed, kolonel?”
Weiss verliet de kamer zonder antwoord te geven.
Hoofdstuk 2 — De reeks getallen
Project Selene was begonnen met een reeks getallen.
In oktober 1959 had de Sovjetsonde Loena 3 de eerste foto’s van de achterkant van de maan gemaakt. Toen het toestel zijn beelden naar de aarde zond, onderschepte een Amerikaanse luisterpost een vreemd patroon in de draaggolf.
Twee pulsen.
Drie.
Vijf.
Zeven.
Elf.
Priemgetallen.
Amerikaanse analisten dachten eerst dat de Sovjets een gecodeerde boodschap in hun transmissie hadden verborgen. Uit onderschepte Sovjetdocumenten bleek later dat Moskou het patroon eveneens had opgemerkt en juist de Amerikanen verdacht.
In 1962 vloog een geheime Amerikaanse sonde langs de maan. Boven Mare Moscoviense, een donkere lavavlakte op de achterkant, registreerde ze hetzelfde signaal.
Ditmaal volgden na de priemgetallen drie coördinaten.
De eerste wees naar de maan.
De tweede naar de aarde.
De derde naar een onbekende plaats buiten het zonnestelsel.
Daarna begonnen zowel Washington als Moskou in het geheim een bemande maanmissie voor te bereiden.
Henry hoorde dat pas nadat hij zijn overlijdensverklaring had ondertekend.
“Dus iets op de maan heeft Loena 3 opgemerkt,” had hij gezegd.
“Dat is één verklaring,” antwoordde Weiss.
“Wat is de andere?”
“Dat de Sovjets beter liegen dan wij denken.”
Henrys officiële opdracht bestond uit drie onderdelen. Hij moest bodemmonsters verzamelen, wetenschappelijke metingen uitvoeren en de bron van het signaal fotograferen.
Zijn werkelijke opdracht stond in een verzegelde map.
Als hij bruikbare technologie aantrof, moest hij die meenemen. Als dat onmogelijk was, moest hij verhinderen dat iemand anders haar in handen kreeg.
Daarom lag er een aangepast pistool in zijn uitrustingskast. Het wapen kon in vacuüm vuren en gebruikte smeermiddelen die tegen de extreme temperaturen bestand waren.
“Verwacht u Russen?” had Henry gevraagd.
“We verwachten alles.”
Hoofdstuk 3 — De geheime lancering
De Titan IIIC vertrok om 02.14 uur.
Er was geen aftelling op televisie en geen menigte die juichte. Slechts enkele militaire waarnemers zagen hoe de raket zich op een pilaar van vuur van de kust verhief.
De versnelling duwde Henry diep in zijn stoel. De cabine schudde zo hevig dat de cijfers op zijn instrumenten vervaagden.
“Selene, telemetrie is normaal,” klonk Weiss in zijn koptelefoon.
“Dat is niet het woord dat ik zou gebruiken.”
Na negen minuten viel de hoofdmotor stil.
Henry bevond zich in een baan om de aarde.
De volgende zes uur koppelde hij zijn vaartuig aan de twee eerder gelanceerde modules. Het manoeuvre vereiste drie pogingen. Bij de tweede poging naderde hij de brandstoftrap te snel en moest hij zijn stuurraketten gebruiken om een botsing te voorkomen.
Iedere extra correctie verminderde zijn brandstofreserve.
Toen de koppeling eindelijk tot stand kwam, zag hij de zon boven de aarde opkomen. Een blauwe rand verscheen langs de horizon, gevolgd door een verblindend wit licht.
“Selene, gereed voor vertrek naar de maan,” meldde hij.
“Begrepen. Ontsteking over dertig seconden.”
De motor achter hem ontbrandde.
De aarde werd kleiner.
Tijdens de driedaagse reis sprak Henry weinig. Hij controleerde zijn systemen, corrigeerde zijn koers en luisterde naar het onafgebroken gezoem van de ventilatoren. De kleinste verandering in dat geluid hield hem wakker.
Soms haalde hij een foto uit zijn borstzak.
Margaret stond erop aan de kust van Maine, met haar schoenen in haar hand en haar donkere haar voor haar gezicht. Achterop had ze geschreven:
De wereld is groter dan jouw cockpit.
Henry begon drie keer aan een boodschap voor haar.
De eerste keer vertelde hij dat hij nog leefde.
De tweede keer probeerde hij uit te leggen waarom hij had ingestemd met de leugen.
De derde keer zei hij alleen dat hij van haar hield.
Hij wiste alle drie de opnamen. Als hij niet terugkeerde, zouden ze haar verdriet slechts ingewikkelder maken.
Op de tweede dag hing de aarde als een blauw-witte bol buiten zijn raam. Er waren geen grenzen zichtbaar. Geen Amerika, geen Sovjet-Unie en geen gebieden waarvoor iemand hoefde te sterven.
Alleen één wereld in een onmetelijke duisternis.
Hoofdstuk 4 — De achterkant
Drie dagen na zijn vertrek bereikte Henry de maan.
Hij stootte de lege aandrijvingsmodules af en bracht de Selene I in een lage baan. Toen hij achter de maan verdween, viel het contact met de aarde weg.
Het was geen storing. De maan zelf blokkeerde de radiosignalen.
Een kleine Amerikaanse relaissatelliet vloog in een langgerekte baan boven de achterkant. Alleen wanneer die zowel Henry als de aarde kon zien, was communicatie mogelijk. De contactvensters duurden telkens minder dan twintig minuten.
Bij het volgende venster begon Henry aan de afdaling.
Onder hem lag Mare Moscoviense. De donkere basaltvlakte werd omringd door lichter, zwaar bekraterd terrein. De zon stond hoog boven het landingsgebied; drie dagen voor nieuwe maan ontving de achterkant bijna al het zonlicht.
“Hoogte duizend meter,” zei Henry.
Weiss’ stem bereikte hem vertraagd via het relais. “Uw koers is goed.”
“Zeshonderd meter.”
Een waarschuwingslamp begon te knipperen. De boordcomputer stuurde hem naar een terrein vol rotsblokken.
Henry nam de besturing over.
“U wijkt af van het geplande punt,” zei Weiss.
“Het geplande punt is ongeschikt.”
“Brandstof voor vijftig seconden.”
Henry liet het toestel zijwaarts bewegen. Door het stof en het felle zonlicht zag hij een vlakke strook nabij een lage heuvelrug.
“Twintig meter.”
De landingsmotor blies het maanstof in brede, geruisloze bogen opzij.
“Tien.”
De zwarte schaduw van het vaartuig schoof over de bodem.
“Vijf.”
Een schok ging door de cabine. Een groen contactlampje sprong aan.
Henry sloot zijn ogen en ademde uit.
“Selene is geland.”
Na de onvermijdelijke vertraging klonk Weiss’ stem.
“Begrepen. Landing bevestigd om 04.17 uur. Begin volgens schema.”
Geen gelukwensen. Geen historische woorden.
Henry was de eerste mens die de maan had bereikt en bijna niemand op aarde wist dat hij bestond.
Hoofdstuk 5 — Sporen in het stof
Hij had tweeënvijftig minuten nodig om zijn ruimtepak te controleren en de cabine drukloos te maken.
Toen hij het luik opende, viel hard zonlicht naar binnen. De hemel daarachter bleef volkomen zwart. Door de helderheid van het oppervlak waren er geen sterren zichtbaar.
Henry daalde achterwaarts langs de ladder af. De laatste sport hing ongeveer veertig centimeter boven de bodem.
Hij liet zich zakken.
Zijn laarzen zonken enkele centimeters in het fijne regoliet. Het stof sprong op en viel onmiddellijk weer neer. Er was geen lucht om het weg te blazen.
Henry bleef roerloos staan.
De stilte was absoluut. Hij hoorde alleen zijn ademhaling, de ventilator van zijn pak en af en toe het klikken van een relais.
Hij keek naar de horizon.
De aarde was nergens te zien. Mare Moscoviense lag te ver op de achterkant van de maan. Zijn thuiswereld bevond zich onder de horizon, verborgen achter duizenden kilometers steen.
De afwezigheid trof hem harder dan hij had verwacht.
“Controle,” zei hij, “ik sta op het oppervlak.”
“Begrepen. Tijdstip 05.09 uur.”
Henry activeerde de camera op zijn borst. Hij had vooraf verschillende zinnen bedacht, maar ze klonken nu allemaal gemaakt.
“Het stof is fijner dan verwacht,” zei hij uiteindelijk.
Daarna begon hij te werken.
Hij plaatste de seismometer op vijftig meter van de lander en richtte de antenne op de baan van het relais. Vervolgens zette hij een magnetometer en een stralingsmeter neer.
Bij het eerste boorpunt vond hij onder de losse stoflaag compact, donker gesteente.
In het tweede monster werden kleine reflecterende deeltjes waargenomen.
Bij het derde boorpunt sloeg de meter van de magnetometer plotseling volledig uit.
Henry controleerde de aansluiting en draaide het instrument negentig graden.
De aanwijzing bleef naar de heuvelrug wijzen.
“Controle, ik registreer een sterk plaatselijk magnetisch veld.”
“Hoe sterk?”
“Sterker dan de instrumentlimiet.”
Weiss antwoordde pas na enkele seconden. “Volg de richting.”
Henry keek naar de heuvel.
“Dat staat niet in het eerste deel van mijn programma.”
“U hebt nu toestemming.”
“U wist dat hier iets lag.”
“Ga naar de bron, majoor.”
Henry bevestigde een monsterzak, camera en meetsonde aan zijn pak. Het pistool bleef aan zijn rechterheup hangen.
Hij begon te lopen.
In de lage zwaartekracht droeg iedere stap hem verder dan verwacht. Hij bewoog zich in lange, voorzichtige sprongen voort. De zon stond bijna recht boven hem, maar kleine oneffenheden wierpen gitzwarte schaduwen waarin geen detail zichtbaar was.
Halverwege de heuvel ontdekte hij de afdrukken.
Ze begonnen naast een rotsblok en liepen in een rechte lijn over de vlakte. Iedere afdruk bestond uit drie smalle groeven met daarachter een ronde verdieping.
Henry knielde en hield zijn handschoen ernaast. De afdruk was bijna twee keer zo groot als zijn hand.
Het konden geen sporen van rollend gesteente zijn. Ze lagen op gelijke afstand van elkaar.
Iets had hier gelopen.
“Controle, ik heb sporen gevonden.”
Alleen ruis antwoordde.
Henry keek naar de stand van de relaissatelliet. Die bevond zich nog ruim boven zijn horizon. Het contact had niet mogen wegvallen.
Toen voelde hij een trilling onder zijn laarzen.
Op aarde zou hij een dreun hebben gehoord. Hier bereikte de beweging hem alleen via de bodem en zijn ruimtepak.
Voor hem verscheen een zwarte lijn in het maanstof.
De lijn liep kaarsrecht van de voet van de heuvel naar een kleine krater. Ze werd breder. Stof stroomde geruisloos in de opening.
Uit de bodem rees een constructie omhoog.
Ze was ongeveer tien meter hoog en had de vorm van een onvolledige cirkel. Het materiaal was donkerder dan de hemel erachter. Er waren geen lassen, klinknagels of bewegende onderdelen zichtbaar.
In het midden verscheen een blauw licht.
Kleine lichtpunten vormden langs de binnenrand een patroon.
Twee.
Drie.
Vijf.
Zeven.
Elf.
Henry deed een stap achteruit.
Een lichtstraal gleed over de bodem en bleef op hem rusten.
De instrumenten op zijn borst vielen uit. De ventilator in zijn rugzak stopte. Henry kon nog ademen, maar zonder luchtcirculatie klonk iedere ademhaling zwaar en benauwd in zijn helm.
Toen hoorde hij een stem.
Niet via zijn radio.
De woorden ontstonden rechtstreeks in zijn gedachten.
Eerste menselijke aanwezigheid bevestigd.
Henry probeerde te bewegen. Zijn spieren spanden zich aan, maar zijn benen bleven op hun plaats.
Tweede menselijke aanwezigheid nadert.
Boven de heuvel verscheen een lichtpunt.
Het bewoog te langzaam voor een meteoor en veranderde van richting. Een vaartuig daalde naar de vlakte af, omgeven door een onregelmatige oranje vlam.
Op de romp stond een rode ster.
De Sovjetlander kwam te snel naar beneden. Eén landingspoot raakte een rotsblok en brak af. Het vaartuig kantelde, sloeg met zijn onderzijde tegen de bodem en bleef schuin liggen.
Maanstof verspreidde zich in een hoge boog en zakte weer neer.
Enkele minuten gebeurde er niets.
Toen ging het luik open.
Een man in een wit ruimtepak liet zich naar buiten zakken. Hij viel op zijn knieën, kwam overeind en keek naar Henry en de zwarte cirkel.
Henry keek op zijn chronometer.
De Sovjetlander was om 07.06 uur aangekomen.
Henry was twee uur en negenenveertig minuten eerder geland.
Hoofdstuk 6 — De tweede man
De kosmonaut naderde met beide handen omhoog. Op zijn helm stond een rode ster; op zijn borst waren de letters СССР aangebracht.
Hij draaide aan zijn radio tot Henrys ontvanger een zwak signaal oppikte.
“Amerikanets?”
“Ja.”
De kosmonaut liet zijn hoofd zakken. “Natuurlijk.”
“Identificeer uzelf.”
“Kapitein Lev Andrejevitsj Sokolov.”
“Majoor Henry Hale.”
Lev keek naar de Amerikaanse lander. “Hoe laat bent u geland?”
“04.17 uur.”
“Dan bent u de eerste.”
“Het scheelde minder dan drie uur.”
“Drie uur is voor geschiedschrijvers een eeuwigheid.”
Henry keek naar Levs beschadigde toestel. “Kunt u nog opstijgen?”
“Dat betwijfel ik. De brandstofleiding van mijn stijgmotor is beschadigd.”
“Hoeveel zuurstof hebt u?”
“Voor ongeveer veertig uur.”
Henrys radio kraakte. De Amerikaanse relaissatelliet had het contact hersteld.
“Majoor Hale, verwijder u van de Sovjetkosmonaut,” zei Weiss.
“Zijn vaartuig is beschadigd.”
“Dat is niet uw verantwoordelijkheid.”
“Zonder hulp sterft hij hier.”
“De constructie en alles wat ze bevat, vallen onder de nationale veiligheid van de Verenigde Staten.”
Henry keek naar de zwarte cirkel. “We staan op de maan, kolonel.”
“Uw bevelen zijn niet veranderd.”
“Wat wilt u dat ik doe?”
Weiss zweeg lang genoeg om het antwoord duidelijk te maken.
“De Sovjetkosmonaut mag de constructie niet bereiken.”
Lev verstijfde. Uit zijn eigen radio klonk een Russische stem. Henry verstond de woorden niet, maar herkende de toon.
Ook Lev kreeg bevelen.
Langzaam bracht de kosmonaut zijn hand naar zijn riem. Daar hing een kort vuurwapen.
Henry legde zijn hand op zijn eigen pistool.
Ze stonden tegenover elkaar op een wereld zonder lucht, ieder met een wapen en een bevel van mensen die zich vierhonderdduizend kilometer verderop bevonden.
De zwarte cirkel lichtte op.
Twee menselijke aanwezigheden bevestigd.
Het blauwe licht raakte hen allebei.
Het maanlandschap verdween.
Hoofdstuk 7 — De beproeving
Henry stond in een stad onder een paarse hemel.
Zwarte oceanen strekten zich uit tussen torens van glasachtig materiaal. Duizenden lange, smalle wezens bewogen over bruggen en platforms. Ze hadden drie armen en hoofden zonder zichtbare ogen.
Henry wist dat hij geen echte plaats zag.
Het was een herinnering.
Lichtflitsen verschenen aan de horizon. Projectielen stegen op uit de stad en verdwenen in de hemel. Enkele ogenblikken later keerde het vuur terug.
De oceaan begon te koken.
Toren na toren verdampte. De atmosfeer vulde zich met as.
Het beeld veranderde.
Henry zag schepen tussen de sterren. De wezens hadden hun oorlog overleefd en meegenomen naar andere planeten. Manen werden verbrijzeld. Werelden die ooit groen waren geweest, veranderden in rokende woestijnen.
Uiteindelijk bleef slechts één schip over.
Het landde op de maan toen de continenten op aarde nog onherkenbaar waren en de mens nog lang niet bestond.
De overlevenden bouwden de zwarte cirkel.
Daarna stierven ook zij.
Wat achterbleef, was een machine die hun herinneringen en een deel van hun bewustzijn bewaarde.
Eeuwen werden millennia. Millennia werden miljoenen jaren.
Op aarde ontstonden nieuwe diersoorten. Mensachtigen gingen rechtop lopen. Ze leerden vuur maken, bouwden steden en vonden buskruit uit.
Daarna zag Henry de kernproef in New Mexico.
Hiroshima.
Nagasaki.
Raketsilo’s, bommenwerpers en onderzeeërs met kernwapens.
Wij verlieten onze wereld voordat wij leerden er samen op te leven, zei de stem.
“Wat willen jullie van ons?”
Wij brachten onze oorlog naar de sterren. Wij voorkomen dat anderen hetzelfde doen.
Het visioen verdween.
Henry en Lev stonden opnieuw voor de zwarte cirkel.
Tussen hen in was een voetstuk uit de bodem verrezen. Daarop lag een zilverkleurige bol ter grootte van een vuist.
Dit is een sleutel.
Beelden vulden Henrys gedachten.
Hij zag motoren die de ruimte konden vervormen. Energiebronnen die eeuwenlang bleven functioneren. Technieken die beschadigde organen konden herstellen.
Maar hij zag ook wapens.
Een klein apparaat kon een stad vernietigen zonder explosie. Een grotere uitvoering kon de korst van een planeet openscheuren.
Eén sleutel. Twee aanspraken.
Honderd blauwe symbolen verschenen boven het voetstuk.
Eén voor één doofden ze.
Henry begreep wat er van hen werd verwacht.
Via zijn radio klonk Weiss’ stem.
“Pak het voorwerp. Schakel de Sovjetkosmonaut uit als dat noodzakelijk is.”
Lev hoorde tegelijkertijd zijn eigen bevelen.
Hij trok zijn pistool.
Henry richtte het zijne.
De teller zakte verder.
Zestig.
Vijftig.
“Laat uw wapen vallen,” zei Henry.
Lev hield de loop op Henrys borst gericht. “U eerst.”
“Als een van ons de bol meeneemt, verandert hij in een wapen.”
“Als we hem achterlaten, stuurt uw regering een nieuwe missie.”
Veertig.
De afstand tussen hen bedroeg nauwelijks vijf meter. Op aarde zou Henry een ervaren schutter zijn geweest. In zijn logge handschoenen, met de geringe zwaartekracht en een pistool dat hij nooit in vacuüm had afgevuurd, wist hij niet waar de eerste kogel terecht zou komen.
Dertig.
“Ik heb een dochter,” zei Lev.
Henry hield hem onder schot. “Wat?”
“Ze heet Anja. Ze is zeven jaar.”
“Waarom vertelt u mij dat?”
“Omdat ik niet wil dat ze alleen een officieel rapport over mij krijgt.”
Twintig.
Henry dacht aan Margaret bij de kist vol zand. Aan de mannen die haar hadden verteld dat hij dood was. Aan alle leugens waarmee hij naar deze plaats was gebracht.
Tien.
Hij opende zijn hand.
Het pistool viel langzaam naar de bodem en bleef in het stof liggen.
Lev keek naar het wapen.
Drie.
Toen liet ook hij zijn pistool vallen.
Het laatste symbool doofde.
De zilveren bol bleef onaangeraakt.
Waarom weigeren jullie?
Henry keek naar de lege, zwarte hemel waarachter zijn wereld verborgen lag.
“Omdat deze kennis niet van één land mag zijn.”
Lev ging naast hem staan.
“Of ze is van iedereen,” zei hij, “of van niemand.”
Lange tijd gebeurde er niets.
Toen barstte de zwarte cirkel uiteen in duizenden blauwe lichtpunten.
Antwoord aanvaard.
Hoofdstuk 8 — Eén vaartuig
De machine liet hun nog één beeld zien.
Henry zag zichzelf met de bol terugkeren naar de Verenigde Staten. Wetenschappers ontleedden haar in een ondergrondse basis. Binnen enkele jaren bezat zijn land nieuwe wapens.
Daarna zag hij Lev hetzelfde doen in de Sovjet-Unie.
Beide mogelijkheden eindigden op dezelfde manier.
De aarde brandde.
De waarheid mag niet worden begraven, zei de machine.
“Onze regeringen zullen haar geheimhouden,” antwoordde Henry.
Dan zijn jullie niet gereed.
Lev wees naar zijn lander. “Mijn vaartuig kan niet meer opstijgen.”
Eén vaartuig kan twee mensen dragen.
“Het mijne is ontworpen voor één.”
Jullie hebben samen besloten. Jullie moeten samen terugkeren.
Het blauwe licht doofde.
De constructie zakte in de bodem weg. Binnen enkele seconden was alleen een dunne zwarte lijn zichtbaar.
De zilveren bol bleef op het voetstuk liggen.
Henry raakte haar niet aan.
Levs stijgmotor was onbruikbaar. Een leiding was afgescheurd en een brandstofklep zat klem tegen het vervormde frame.
Ze haalden uit zijn lander wat ze konden gebruiken: twee zuurstofflessen, drinkwater, accu’s en een koolstofdioxidefilter.
Het Sovjetfilter paste niet op het Amerikaanse systeem. Met een stuk slang, tape en de aluminium behuizing van een meetinstrument maakten ze een geïmproviseerde aansluiting.
Uit Henrys lander verwijderden ze alle uitrusting die niet noodzakelijk was voor de terugkeer. De bodemmonsters gingen als eerste naar buiten, gevolgd door de reservecamera, de boor, het landingsgereedschap en een kast met wetenschappelijke instrumenten.
Henry vond in een opbergvak een zorgvuldig gevouwen Amerikaanse vlag. Ze was bedoeld voor een foto die misschien ooit na de vrijgave van de missie zou worden gebruikt.
Lev haalde een Sovjetvlag uit zijn eigen lander.
Ze legden de twee vlaggen naast elkaar in het stof. Daarna vouwde Henry de ene gedeeltelijk over de andere, zodat geen van beide bovenop lag.
In de terugkeercapsule was geen tweede stoel. Ze bevestigden Lev met vrachtbanden tegen de achterste drukwand. Tijdens de opstijging en de terugkeer in de atmosfeer zou zijn lichaam de versnelling zo veilig mogelijk over een groot oppervlak moeten opvangen.
Het bleef gevaarlijk. Maar het was beter dan hem achterlaten.
“Controle,” zei Henry, “wij stijgen op met twee personen.”
Weiss antwoordde vrijwel onmiddellijk via het relais.
“Dat is niet toegestaan.”
“Uw bezwaar is genoteerd.”
“De massa overschrijdt de limiet. U brengt de missie en uw eigen terugkeer in gevaar.”
“De andere mogelijkheid is dat ik een man laat sterven.”
“Majoor, als u met een Sovjetofficier terugkeert, zult u worden berecht wegens verraad.”
Henry keek door het raam naar de twee vlaggen.
“Dan moet u eerst aan Margaret uitleggen waarom een dode man terechtstaat.”
Hij startte de motor.
De Selene I steeg op.
De landingspoten bleven achter. Het vaartuig klom boven de heuvelrug uit en versnelde evenwijdig aan het oppervlak.
De brandstofmeter daalde sneller dan gepland.
“Te zwaar,” zei Lev.
“Ik zie het.”
De motor begon te stotteren. Hun snelheid was onvoldoende om aan de zwaartekracht van de maan te ontsnappen. Zodra de brandstof op was, zouden ze in een lange boog terugvallen.
Toen verscheen een blauw licht naast het raam.
De zilveren bol zweefde buiten het vaartuig.
Henry had haar op het voetstuk achtergelaten.
Het licht spreidde zich rond de Selene I uit. De trillingen stopten. Zonder dat de motor nog stuwkracht leverde, begon hun snelheid toe te nemen.
In Henrys hoofd klonk de stem van de machine.
Breng de waarheid naar huis.
Hoofdstuk 9 — De waarheid naar huis
De terugreis duurde ongeveer zestig uur.
Henry en Lev deelden zuurstof, water en de beperkte ruimte. Ze sliepen om beurten. Wanneer de een rustte, controleerde de ander de geïmproviseerde aansluiting van het koolstofdioxidefilter.
Lev vertelde over Anja, die sterren op het plafond van haar slaapkamer had geschilderd.
Henry sprak over Margaret en bekende dat hij niet wist of ze hem ooit zou vergeven.
“U keert terug uit de dood,” zei Lev. “Dat is indrukwekkender dan bloemen.”
“Ze hield nooit van bloemen.”
“Dan hebt u een probleem.”
Toen ze de aarde naderden, drong de zilveren bol het radiosysteem binnen. Henry zag schakelaars bewegen zonder dat iemand ze aanraakte.
De bol begon uit te zenden.
Niet alleen naar Amerikaanse en Sovjetstations, maar op tientallen frequenties tegelijk. Observatoria in verschillende landen ontvingen beelden van Henrys landing, de komst van Lev, de zwarte cirkel en het ogenblik waarop beide mannen hun wapens lieten vallen.
Amerikaanse en Sovjetzenders probeerden de signalen te storen. De bol veranderde telkens van frequentie en begon de volledige opname opnieuw uit te zenden.
Buitenlandse observatoria maakten kopieën. Journalisten kregen geluidsbanden en beelden in handen. Tegen de tijd dat de capsule de atmosfeer bereikte, kon geen enkele regering het verhaal nog tegenhouden.
Miljoenen mensen zagen twee mannen op de maan.
Een Amerikaan en een Rus.
Geen van beiden droeg een vlag.
Hoofdstuk 10 — Terug uit de dood
De capsule kwam neer in de noordelijke Stille Oceaan.
De landing was harder dan berekend. Lev verloor kort het bewustzijn, maar de vrachtbanden hielden hem op zijn plaats.
Een Amerikaans marineschip bereikte hen als eerste.
Toen de matrozen het luik openden, verscheen Henry. Achter hem zagen ze de kosmonaut met de rode ster op zijn pak.
Gewapende officieren stonden klaar om hen van elkaar te scheiden.
Niemand bewoog.
Een jonge matroos begon te applaudisseren.
Anderen namen het over.
Henry en Lev werden naar een afgesloten medische inrichting gebracht. Officieel gebeurde dat vanwege mogelijk besmettingsgevaar. In werkelijkheid probeerden beide regeringen tijd te winnen.
Maar Henry kon niet opnieuw verdwijnen. Zijn gezicht stond op de voorpagina’s.
Drie weken later werd hij naar huis gebracht.
Margaret opende de deur voordat hij kon aanbellen. Ze bleef lange tijd naar hem kijken.
“Hallo, Maggie.”
Ze sloeg hem in het gezicht.
Daarna omhelsde ze hem zo stevig dat hij nauwelijks kon ademen.
“Ik heb je begraven,” fluisterde ze.
“Ik weet het.”
“Ik stond daar alleen.”
“Ik weet het.”
“Waarom heb je niets gezegd?”
“Omdat ik dacht dat de missie belangrijker was dan de waarheid.”
Ze liet hem los en keek hem recht aan.
“En nu?”
Henry dacht aan de machine op de maan en aan de beschaving die haar eigen wereld had vernietigd.
“Nu weet ik dat geen enkele missie belangrijker is dan de mensen voor wie je terug wilt komen.”
Hoofdstuk 11 — Een wereld die het probeert
Lev keerde na diplomatieke onderhandelingen terug naar de Sovjet-Unie. Anja wachtte hem op het vliegveld op. De foto waarop zij in zijn armen sprong, verscheen naast die van Henry en Margaret in kranten over de hele wereld.
De Koude Oorlog eindigde niet plotseling.
Er bleven kernwapens, spionnen en muren bestaan. Beide regeringen beschuldigden elkaar ervan de gebeurtenissen te manipuleren. Sommige mensen beweerden dat de maanbeelden waren vervalst.
Toch kon niemand vergeten wat Henry en Lev hadden gezien.
In 1967 trad het Ruimteverdrag in werking. Het verbood nationale aanspraken op de maan en bepaalde dat hemellichamen alleen voor vreedzame doeleinden mochten worden gebruikt. In deze nieuwe geschiedenis kwam daar het Moscovienseprotocol bij: geen enkel land mocht de buitenaardse vindplaats alleen betreden.
Alle toekomstige missies naar de achterkant van de maan moesten internationaal zijn.
Henry en Lev verschenen samen voor de Verenigde Naties. Geen van beiden noemde zichzelf de eerste man op de maan.
“Hij landde het eerst,” zei Lev toen een verslaggever ernaar vroeg.
“Maar we zijn samen teruggekomen,” antwoordde Henry.
Dat werd de zin die mensen onthielden.
Hoofdstuk 12 — De blijvende keuze
Twaalf jaar later stond de internationale maanbasis Concordia aan de rand van Mare Moscoviense.
Henry en Lev keerden samen terug naar de plaats van hun eerste ontmoeting. Hun ruimtepakken droegen geen nationale vlaggen. Op hun schouders stond alleen een blauwe cirkel: de aarde.
Hun oude voetsporen waren nog zichtbaar. Zonder wind of regen waren ze in twaalf jaar nauwelijks veranderd. De twee vlaggen lagen eveneens op dezelfde plaats, gedeeltelijk over elkaar gevouwen. Het doek was vaal en broos geworden door de straling en de extreme temperatuurwisselingen.
Lev bleef ervoor staan.
“Bijna drie uur,” zei hij.
Henry keek hem aan. “Wat?”
“Zoveel eerder was u hier.”
“U hebt het blijkbaar nog altijd niet verwerkt.”
Lev glimlachte. “Geschiedschrijvers zijn vervelende mensen.”
Onder hun laarzen begon de bodem te trillen.
De zwarte cirkel rees langzaam uit het maanstof. Het blauwe licht was veel zwakker dan twaalf jaar geleden. Een opening verscheen en daarachter stond de doorschijnende gestalte met de drie armen.
De laatste herinnering aan een verdwenen beschaving.
Komen jullie namens twee machten?
Henry keek naar Lev.
“Nee,” zei Lev.
“We zijn het op aarde nog lang niet overal over eens,” vervolgde Henry. “Er zijn nog grenzen, wapens en oorlogen. Maar deze basis is gebouwd door mensen uit verschillende landen. De kennis die we hier vinden, zal met iedereen worden gedeeld.”
Dan komen jullie namens één wereld?
Henry dacht aan Margaret, die hem ooit in een lege kist had begraven. Hij dacht aan Anja, die was opgegroeid met het verhaal van een vader die bijna op de maan was achtergelaten. Aan alle mensen die de beelden uit 1965 hadden gezien en zich hadden afgevraagd wat zij zelf zouden hebben gekozen.
“Namens een wereld die het probeert,” zei hij.
Het blauwe licht werd feller.
In de ruimte achter de gestalte verschenen duizenden sterren. Sommige waren omgeven door planeten. Andere waren rood gemarkeerd.
De test eindigde niet toen jullie de wapens lieten vallen, zei de bewaker. Een keuze die slechts één ogenblik duurt, heeft weinig betekenis. Jullie moesten aantonen dat zij kon blijven bestaan.
De beelden veranderden.
Henry zag de bouw van Concordia. Ingenieurs uit de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie bestudeerden samen de plannen. Astronauten uit landen die enkele jaren eerder nog tegenover elkaar hadden gestaan, werkten zij aan zij. Wetenschappers sloten hun meetgegevens niet langer op in militaire kluizen, maar maakten ze openbaar.
Jullie zijn niet zonder gevaar, ging de bewaker verder. Jullie zijn niet vrij van angst of hebzucht. Maar jullie hebben begrepen dat geen enkel volk alleen naar de sterren kan gaan zonder zijn conflicten mee te nemen.
Boven de vloer verscheen een lichtbeeld van de zilveren bol die hen in 1965 naar huis had geholpen.
De bol viel in het licht uiteen.
De bol was niet de sleutel. Zij was de beproeving en de boodschapper.
Henry begreep het.
“Onze keuze was de sleutel.”
Jullie blijvende keuze was de sleutel.
Langs de wanden verschenen ontelbare lichtpatronen: wetenschappelijke kennis, kaarten van verre zonnestelsels en de geschiedenis van beschavingen die dezelfde beproeving hadden doorstaan.
Dit archief kan niet door één persoon of één regering worden geopend. Iedere toegang vereist gelijktijdige toestemming van drie onafhankelijk bestuurde stations op verschillende continenten en van één station buiten de aarde. Iedere aanvraag en ieder antwoord zal voor alle deelnemers zichtbaar zijn. Geen macht kan onze kennis alleen bezitten.
Lev keek naar Henry. “Ze hebben hun fouten blijkbaar niet vergeten.”
“Dat moeten wij ook niet doen.”
De gestalte begon te vervagen.
“Wacht,” zei Henry. “Wat gebeurt er met u?”
Mijn taak is voltooid.
“Bent u al die miljoenen jaren alleen geweest?”
De bewaker zweeg.
Toen verschenen de woorden zachter dan voorheen in Henrys gedachten.
Ik ben degene die achterbleef.
Henry stapte dichterbij.
“Dan hoeft u niet langer te wachten.”
Voor een ogenblik leek de gestalte vaster te worden. Henry meende drie handen te zien, uitgestrekt in een gebaar dat misschien ooit een afscheid was geweest.
Ga verder dan wij.
Het blauwe licht trok zich terug in de wanden. De gestalte verdween en de kamer werd stil.
Niet de lege stilte die Henry tijdens zijn eerste landing had gevoeld.
Dit was de stilte van iets dat eindelijk rust had gevonden.
Op de plaats van de bewaker bleef een dunne zwarte plaat achter. De tekens op het oppervlak veranderden langzaam in leesbare woorden:
GEEN WERELD BEHOORT AAN HAAR EERSTE BEZOEKER.
GEEN TOEKOMST BEHOORT AAN ÉÉN VOLK.
NIEMAND BEREIKT DE STERREN ALLEEN.
Henry en Lev droegen de plaat naar buiten.
Bij de verbleekte vlaggen plaatsten ze een gedenkteken dat op aarde was gemaakt. Henry veegde het maanstof van de inscriptie.
Hier landden op 20 november 1965 twee soldaten van vijandige machten.
Hier besloten zij geen vijanden te zijn.
Lev activeerde zijn radio.
“Concordia, we hebben gevonden wat hier op ons wachtte.”
Vrijwel onmiddellijk klonk de stem van de basiscommandant.
“Technologie?”
Henry keek naar de zwarte opening. Het archief wachtte op een mensheid die er alleen gezamenlijk gebruik van kon maken.
“Iets belangrijkers,” antwoordde hij. “Een tweede kans.”
Ze begonnen terug te lopen naar de basis. Hun nieuwe voetsporen liepen naast de oude, maar deze keer droegen ze geen wapens.
Epiloog — Wat ze vonden
Na die missie ging Henry nooit meer de ruimte in.
Hij keerde terug naar Maine en bracht de rest van zijn leven met Margaret door. Lev bezocht hen verschillende keren. Hij bracht Anja mee, die sterrenkunde studeerde, later astrofysicus werd en uiteindelijk toetrad tot het internationale onderzoeksteam dat het archief bestudeerde.
Op een heldere avond zaten Henry en Margaret aan zee. Boven het water hing een bijna volle maan.
“Waar was het precies?” vroeg Margaret.
Henry wees naar de heldere schijf. “Aan de andere kant. Vanaf de aarde kun je die plek nooit zien.”
Margaret legde haar hoofd tegen zijn schouder.
“Misschien moest het daarom daar gebeuren,” zei ze.
“Waarom?”
“Omdat jullie daar geen van beiden naar je eigen land konden kijken.”
Henry dacht aan de zwarte hemel boven Mare Moscoviense. Aan de aarde die achter de horizon verborgen was geweest. Pas toen hij haar niet meer kon zien, had hij begrepen dat ze ondeelbaar was.
Margaret pakte zijn hand.
“Heb je daar uiteindelijk gevonden wat je zocht?”
“We zochten bodemmonsters, meetgegevens en technologie die waarschijnlijk een wapen zou zijn geworden.”
“En wat vonden jullie?”
Henry dacht aan Lev, die zijn pistool liet vallen. Aan de bewaker, die miljoenen jaren alleen had gewacht. Aan twee rijen voetsporen die naast elkaar naar Concordia liepen.
“Elkaar,” zei hij.
En dat was genoeg.